Wildauboek

Barak 88

Wout den Breems heeft onderzoek gedaan naar Vlaardingers die tijdens de WO2 in het Duitse Wildau tewerkgesteld waren. Op 14 september j.l. verscheen daarover een boekwerk. Na het verschijnen van dit boek wordt weer nieuwe informatie verwacht en worden hopelijk ook nog ontbrekende namen bij foto’s aangedragen. Reacties en aanvullingen ziet de auteur graag tegemoet op info@hvv-vlaardingen.nl . In dit aanhangsel op het boek zullen alle nieuwe gegevens geplaatst worden.

Bijzonder is, dat er ook vanuit de gemeente Wildau belangstelling voor het boek is gekomen en boeken zijn toegestuurd. Veel van deze geschiedenis was daar niet bekend en wordt zo met dit boek vanuit Vlaardingen een bijdrage geleverd aan de geschiedenis van Wildau.   

-----------------------------

Geplaatst 18-07-2017

Bernhard Vink, 28 maart 1923 te Hoenderloo, werd samen met zijn vriend Ab van Veelen (blz. 29, Barak 88) in juli 1943 opgeroepen om zich te melden voor de Arbeitseinzats. Op 10 juli 1943 vertrokken de jongens met de trein vanuit Apeldoorn naar Wildau. Bernhard werd op 19 juli 1943 in Wildau ingeschreven en werd hij ondergebracht in het Holland Lager C. Werkzaam in de bosbouw werd Bernhard aangesteld als slijper (Schleijfer), bij de B.M.A.G. voorm. Schwartzkopff locomotieven fabriek. Aan het einde van de oorlog beschreef Bernhard vanaf 1 januari 1945 de bombardementen op Wildau en omgeving (blz. 48 Barak 88). 

Op 30 april 1945 vertrok Bernhard weer uit Wildau, deels lopend zoals beschreven in het boek, weer naar huis. In juli 1945 kwam hij weer thuis in Hoenderloo en pakte zijn beroep in de bosbouw weer op.

Na het lezen van het boek Barak 88 door de dochters van Bernhard, Gerda en Jacomien, zijn zij op zoek gegaan naar foto’s e.d. over de tijd van hun vader in Wildau.

Een aantal onbekende foto’s zaten daarbij en ook nog wat persoonlijke bescheiden van Bernhard tijdens zijn verblijf. Uit een aantal kaarten is op te maken dat Bernhard in Barak 88 en 61 heeft geleefd. Bernhard was ook lid van de ontspanningsvereniging “Ons Ideaal”, waarvan de Vlaardinger Piet van der Poel voorzitter was. Ook zien we dat de mannen brandwacht dienst deden. Gezien de bescheiden die bewaard zijn gebleven was er een uitgebreide administratie van de arbeiders. En dat van al die duizenden mannen én vrouwen!

Staande rechts Bernhard Vink. V.l.n.r. De Blois, V.d. Meijden, Teunissen, Paul Simon. De drie zittend zijn nog onbekend.

 

Op 19 juli werd Bernhard geregistreerd bij de politie autoriteiten van Wildau.

 

  

Een maandabonnement voor bezoek aan een planten of bomenkwekerij.

In het midden de Bernhard's vriend Ab van Veelen. 

 

 

------------------------------

Geplaatst 19-05-2017

Piet Molenaar, 10 oktober 1920 te Vlaardingen, vertrok in juni 1942 naar Wildau en werd terwerkgesteld bij B.M.A.G. voorm. Schwartzkopff locomotievenfabriek. 

 Zittend geheel links Piet Molenaar.

Via internet kwam Corri Sigmond-Molenaar terecht op de website van de HVV/Wildauboek. Zij reageerde, dat haar vader Piet Molenaar uit Vlaardingen ook in Wildau tewerkgesteld is geweest. Het aantal Vlaardingers dat tijdens WO II in Wildau werkten is inmiddels een aantal boven de 50 uitgekomen.

Pieter Molenaar was van beroep metaalbewerker bij machinefabriek 'Excelsior' in Schiedam. Hij woonde toen nog bij zijn ouders in de 1e Spoorstraat 14 in Vlaardingen. Waarschijnlijk is Piet via het bedrijf waar hij werkte geselecteerd om zich te melden bij het gewestelijk arbeidbureau aan de Westhavenkade voor de Arbeitseinsatz. In de locomotievenfabriek te Wildau werd Piet aangesteld als slotenmaker (Schlosser). Kort voor zijn vertrek is hij nog in het huwelijk getreden om zo tijdens zijn verblijf in Wildau een gunstige verlofregeling af te dwingen.

Van 15 december tot 27 december 1942 kwam Piet al met verlof, waarna hij van 16 februari 1943 tot 28 februari 1943 weer naar huis kwam om kleren op te halen. In de barak waar hij bivakkeerde was brand uitgebroken waarbij al zijn kleding verbrand is. Op pag. 38 van het boek in het verslag van Jaap van der Meijden, wordt ook gesproken over een brand. De brand moet dan in Lager E geweest zijn, want de mannen verhuisden toen naar een barak boven op de berg. Of Piet verhuisde naar de andere barak is niet duidelijk. 

Het verlof document om naar huis te gaan voor nieuwe kleding.

De mannen in Wildau draaiden hun hand niet om voor een smoes en kwam Piet van 12 november 1943 tot 26 november 1943 weer naar Vlaardingen om de zilveren bruiloft van zijn ouders mee te vieren. Echter waren zijn ouders al in 1936 25 jaar getrouwd geweest. Piet had het toen wel gezien en is hij niet meer teruggekeerd naar Wildau en is ondergedoken in Amsterdam.

Het leven in Lager E was slecht (pag. 53) en zal ongetwijfeld de reden geweest zijn voor Piet om niet meer terug te gaan naar Wildau. Later is hij van Amsterdam weer met de trein naar Vlaardingen gereisd, als vrouw verkleed. Bij de scheepswerf De Haas in Maassluis is Piet toen ondergebracht, die veel onderduikers in dienst had.

Tijdens zijn verblijf in Wildau is Piet een keer tegen een boete van 20,- RM opgelopen vanwege het onrechtmatig kopen van broden. Uit een bewaard gebleven document lijkt het erop dat het om onderlinge handel ging tussen Guus Vleij en Mou(s)t, tegen hogere prijzen die daar normaal voor stonden. Maar ook dat het brood bestemd was voor de gemeenschappelijke voorraad in Lager E van de B.M.A.G. Er werd vaak onderling allerhande zaken gedaan, zoals het ruilen en verkopen van voedingsbonnen en kledingbonnen. Maar met het brood kopen op deze wijze werd inbreuk gedaan op het verbod van prijsverhoging. Maar ja, wat doe je als je hard moest werken en het eten niet optimaal was?

De Vlaardinger Mout woonde in Lager E en zal waarschijnlijk de voedingsadministratie hebben gevoerd, zoals Piet de Vries dat deed in Holland Lager C. Guus Vleij werkte in een bakkerij in Hoherlehme, zoals in Barak 88 te lezen is.

Een kort verhaal van een Wildau ganger die ander half jaar als dwangarbeider heeft gewerkt onder het Duitse regime. Zoals beschreven in het boek Barak 88 hadden de Nederlanders het niet echt slecht, maar ver van huis en met zo velen in de benauwde barakken zal ook voor de jonge Piet geen pretje geweest zijn. Zoals velen sprak ook Piet nauwelijks over die tijd en zoals zijn dochter Corri het verwoordt: “Zullen sommige details van de periode die mijn vader daar heeft doorgebracht altijd in het verleden verborgen blijven, maar ik ben al heel blij met wat ik nu weet door het uitkomen van het boek”. 

Piet staande 2e van rechts. Op de foto staan nog verschillende Vlaardingers. 

Links Cock Ritter die op bezoek was bij zijn broer Piet Ritter 2e van rechts.

 

Piet zittend in het midden. Voorover gehurkt links Piet Ritter en rechts Wim Mout.

---------------------------------------------------------

Geplaatst 16-02-2017.

Paul Simon, 6 juni 1923 te Vlaardingen. Overleden 10 februari 2017 (93).

De auteur van het boek heeft Paul Simon niet persoonlijk gekend, maar veel over hem gehoord uit zijn tijd in het Duitse Wildau. Een interview voor het boek was met Paul wegens zijn gesteldheid niet meer verantwoord. Zijn naam werd door anderen veel genoemd en kon zo regelmatig in het boek genoemd worden. Paul behoorde tot de groep die de reis na de oorlog vanuit Wildau naar Nederland deels te voet hebben aflegd. 

Paul Simon 3e staande van links in het Holland team.

Arie de Reuver links tijdens de uitreiking van het boek. Rechts zijn mede arbeider Reijer van der Hoek.

Arie de Reuver 15 juli 1923 - 16 januari 2017 (93).

Voor het boek Barak 88 had de auteur van het boek op 23 juni 2016 het onderstaande interview met Arie.

Arie de Reuver, 15 juli 1923, moest op 17- jarige leeftijd zich melden voor gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Hij was de oudste zoon van tien kinderen uit het gezin De Reuver. Het gezin woonde in Loenen aan de Vecht en vader was melkboer van beroep. 

Arie de Reuver: “Ik had natuurlijk geen trek om naar Duitsland te gaan, ik was 17 jaar. Bij familie in Leersum ben ik toen ondergedoken. De dag voor mijn 18e verjaardag ben ik naar huis gegaan om mijn verjaardag te vieren. Direct is er toen een gezinsfoto gemaakt, want als ik weg zou moeten was er in ieder geval een complete gezinsfoto. Toen ik op mijn verjaardag  weer op de fiets, met houten banden, naar mijn onderduikadres wilde gaan, liep ik in de handen van vier Duitsers. Een politieagent had mij kennelijk gezien en heeft mij toen verraden. Was ik tien minuten eerder weggegaan dan was ik niet opgepakt. Ik werd naar Amsterdam gebracht en op de trein gezet. Vandaar kwam ik via Utrecht in Wildau terecht. Ik werd ingedeeld in een Lager boven op een berg naast de fabriek. Barak 88 kamer 1 werd mijn plek, waar ook verschillende Vlaardingers zaten. Twee ervan waren kok. In dat Lager ben ik van 1943 tot 1945 geweest. Op de fabriek kwam ik te werken als elektricien in de gebouwen waar de locomotieven werden gebouwd. Ik werkte boven de stoomketels en het was er altijd bloedheet. Echt gezond was het niet; het was vier uur werken en twee uur rusten. Ik heb het vak daar wel geleerd en na mijn terugkeer ben ik elektricien geworden en later conciërge op een scholengemeenschap”. Ja, op de foto’s staan we er vaak netjes bij. De foto’s werden meestal op zondag of een feestdag gemaakt en je kleren had je van huis meegenomen. Dat is te zien meneer De Reuver, op een van die foto’s draagt u dezelfde stropdas als op gezinsfoto. Tja.

Abcoude, 23 juni 2016.

Arie de Reuver kwam met de groep ‘Van der Meijden’ terug in Nederland. Over de terugreis vertelde hij: “Onderweg hadden we een handkar bemachtigd om onze spullen op de leggen. Regelmatig werden we door Russen gecontroleerd en die namen van alles in beslag. Vooral op horloges hadden ze het gemunt en ze liepen er met armen vol van. Op een gegeven moment hebben we onder de handkar extra planken gemaakt, een soort dubbele bodem. Daarin deden we onze persoonlijke bezittingen en dat werkte goed”. Toen Arie na drie volle jaren bij thuiskomst aanbelde met een grote koffer bij hem, deed zijn jongste broertje Sjaak van 5 jaar de deur open en riep aan zijn moeder, dat er staat een koopman aan de deur stond. Toen moeder aan de deur kwam riep zei uit: “Nee joh, het is je broer”.

----------------------------------

  

 

Recensie Magazine De Spil nr. 45, Vereniging Vrienden van Museum Vlaardingen.

 

----------------------------

Geplaatst 5-11-2016

 Foto 6

Op deze foto moeten verschillende Vlaardingers staan. Herkent u iemand geef het dan door aan info@hvv-vlaardingen.nl

Staande in het midden Teun van der Linden.

 

 Foto 5

 

 Foto 4

2e van links Vlaardinger Maarten van Rij. Rechts Teun van der Linden.

-------------------------------

Geplaatst 22-10-2016

Bij het lezen van het boek bemerkten de broers Johan en Aad Selier dat hun vader niet in het boek voorkomt. Heel jammer natuurlijk, maar het was de auteur niet bekend. Inmiddels zijn al meer namen genoemd, van wie niet bekend was dat zij in Wildau waren. Overzichten met namen van mannen die via het GWA naar Duitsland zijn gezonden zijn niet meer voorhanden.

Op deze pagina staat nu het verhaal van Johan en Aad over hun vader. Natuurlijk mag deze informatie overgenomen worden. Het boek blijft op deze wijze actueel.

Adriaan Selier, 17 juli 1902, was Gas- en Waterfitter bij de gemeente Vlaardingen. Door zijn werkgever werd hij in april 1942 naar Wildau in Duitsland gezonden. Hij was toen 39 jaar. Na een reis, deels lopend en per trein, kwam hij in juli 1945 weer thuis. Aanvankelijk werkte Adriaan in Wildau in de fabriek van Schwartzkopff, maar kon dit vanwege zijn gezondheid niet bolwerken. Hij werd toen in het Hollandlager aangesteld als ‘klusjesman’ en werkte daarnaast ook voor de lagerleiding.

Zoon Johan en Aad: “Vader moest voor de Lagerführer veel naar Berlijn voor zakelijke aangelegenheden. Dat ging weleens gepaard met veel geld. Het zou dus voor hem een koud kunstje zijn geweest om zo naar Nederland te ontsnappen, maar dat liet zijn verantwoordelijk hem niet toe. Zo kreeg hij het vertrouwen bij de leiding om meer van dit werk te doen. Eenvoudig was het niet altijd om lange tijd van zijn vrouw, dochtertje en zoontje verstoken te zijn. Maar in het Lager wisten ze met elkaar er het beste van te maken. In relatie tot de krijgsgevangen hadden zij het niet echt slecht, maar later werd het allemaal wel minder. Veel last hadden de mannen van wandluizen, de zogenaamde betluizen, waarover Jaap van der Meijden ook in zijn herinneringen spreekt. Vader vertelde wel eens, dat ze dan de poten van de kribben in bakjes water zetten, zodat ze luizen niet omhoog konden kruipen. Echter waren de luizen slimmer dan de mannen en kropen ze langs de wanden omhoog en lieten zich zo op de mannen vallen. Moeilijk hadden de mannen het er mee, dat het in Holland steeds slechter werd en in Wildau nog wel mee viel. De bewoners van Wildau waren niet onvriendelijk en ook vader Selier ging nog wel eens bij hen op bezoek. Toen het einde van de oorlog naderde en de Russen kwamen werd het ook in Wildau een slechte en wanordelijk situatie, zo vertelde vader wel eens. Verder sprak hij nauwelijks over die periode”.  

Aad: “Na het vallen van de Muur in 1989 ben ik in Wildau geweest. Ik heb daar toen over het fabrieksterrein gelopen en het waren allemaal grote lege hallen. Daarna ben ik boven op de berg geweest waar het Hollandlager heeft gestaan. Ik ontmoette daar twee echtparen waarvan één van de vrouwen zich nog kon herinneren, dat zij met haar moeder vaak in de keuken van het Lager was geweest. Bij het lezen van het boek Barak 88 moest ik weer aan die ontmoeting denken. Wellicht was zij het kind uit het boek. Ze leek er in mijn herinneringen wel op. Het was een bijzondere ervaring om daar geweest te zijn. Tenslotte had mijn vader er als dwangarbeider ook op die plekken gelopen en gewerkt”.

Het gezin Selier woonde in die tijd in de Catsstraat in Vlaardingen. Toen vader weer uit Duitsland thuis kwam was de kleine Johan aan het spelen in de straat.

Johan: “Ik zag toen een meneer aan komen lopen en een buurvrouw zei toen “Kijk, daar is je vader”. “Ik gaf hem toen beleefd een hand en zei, dag meneer. Ik herkende hem op dat moment niet meer als mijn vader”. 

Adrianus Selier is geboren te Leiden en kwam al voor de oorlogsjaren naar Vlaardingen. Hij is overleden op 16 november 1971 te Vlaardingen. Was gehuwd met Johanna Susanne Kuhn. Uit dit huwelijk werden een dochter (1936) en twee zonen (1937 en 1946) geboren.

Met Johan en Aad hebben we nog wat foto’s bekeken. Op de bijgevoegde foto (in het boek pag. 16 boven) staat hoogstwaarschijnlijk vader Selier in het midden rechts naast het meisje. Achter hem staat de Vlaardinger Paul Simon. Links gehurkt Jo den Breems, de vader van de auteur van het boek. 

 Foto 3

-----------------------------

Geplaatst 22-10-2016

Er zijn weer nieuwe foto’s bij gekomen met Vlaardingers erop.

Op beiden foto’s staat in het midden de Vlaardinger Teun van der Linden. Andere namen worden graag tegemoet gezien via het info adres van de HVV.  

Foto 2

Op de kop van de barak is op de originele foto het nr. 90 goed te lezen.

 Foto 1

 

 

------------------------------

Link naar recensies:

http://www.devlaardinger.nl/p5Cultuur/Archief/tabid/3786/ArticleID/10982/mod/6134/BARAK-88-Wout-den-Breems.aspx

http://www.vlaardingen24.nl/zoeken/?q=barak+88&

http://www.go2war2.nl/artikel/4717/Barak-88.htm

http://www.wo2actueel.nl/artikel/5108/Dwangarbeiders-bouwden-locomotieven-in-het-Duitse-Wildau-tijdens-WO2.htm

http://grootvlaardingen.nl/nieuws/boek-barak-88-betoont-eer-aan-vlaardingse-dwangarbeiders-1.6520226

http://www.rd.nl/vandaag/binnenland/dwangarbeider-zweeg-maar-liever-over-narigheid-1.1125363

 

 


Ook hier adverteren? Klik hier.

Spreekt de HVV u aan en wilt u zich opgeven als lid? Heel graag! Hoe meer leden, des te sterker we staan om het historisch waardevolle in Vlaardingen voor het nageslacht te behouden.

Lees verder
Het Westnieuwland. Herman Paradies, ca 1955. Collectie Stadsarchief VlaardingenVolledige afbeelding